Wanneer komt jouw maakbedrijf in aanmerking voor de Innovatiebox?
Je moet voldoen aan drie eisen: (1) je hebt een erkend S&O-traject (veruit de WBSO of MIT), (2) de winst vloeit voort uit zelf ontwikkelde immateriële activa (denk aan octrooien, modellen, software, processen), (3) je kunt aantonen dat de winst direct voortkomt uit die innovatie. Voor maakbedrijven betekent dit concreet: nieuwe lasertechnieken, robotica-integraties, duurzame materiaalontwikkeling of slimme productiesystemen. De Belastingdienst hanteert de OESO nexus-benadering: je mag alleen het winstdeel in de box stoppen dat overeenkomt met jouw eigen R&D-inspanning.
- WBSO-beschikking of vergelijkbare S&O-erkenning verplicht
- Immaterieel actief moet zelf ontwikkeld zijn (niet ingekocht)
- Winst moet toerekenbaar zijn aan het actief (nexus-formule)
- Afspraken vooraf vastleggen met Belastingdienst (vaak 4-5 jaar)