Wat is het verschil tussen starter- en scale-up-subsidies?
Startersubsidies richten zich op het valideren van een idee of het ontwikkelen van een minimum viable product, terwijl scale-up-subsidies gericht zijn op groei, schaalbaarheid en marktintroductie. Startersfasen kennen kleinere bedragen (€5.000–€40.000) en kortere projecten (3–6 maanden), zoals MIT Haalbaarheid, waarin je onderzoekt of jouw innovatie technisch en economisch haalbaar is.
Scale-ups daarentegen hebben al bewijs van concept en willen produceren, personeel aannemen of internationaal uitbreiden. Voor hen zijn WBSO (32% aftrek op R&D-loonkosten tot €380.000) en innovatiekrediet (€50.000–€5 miljoen lening tegen lage rente) krachtige instrumenten. Scale-ups kunnen ook profiteren van Eurostars voor internationale R&D-samenwerkingsprojecten en van de innovatiebox, die winsten uit innovatie belast tegen effectief 9% vennootschapsbelasting.
Belangrijk is dat je subsidies niet zomaar kunt stapelen: WBSO en MIT-regelingen dekken soms dezelfde kosten. Check altijd de combinatieregels per regeling.